V L D N

Differences

This shows you the differences between two versions of the page.

Link to this comparison view

Both sides previous revision Previous revision
Next revision
Previous revision
congresverslag_2015 [2016-11-05 20:44]
Patrick Slechten
congresverslag_2015 [2017-10-11 12:05]
Patrick Slechten
Line 1: Line 1:
-====== Verslag van het VLDN-congres 2015 ======+====== Verslag van het VLDN-congres 2015 in As ======
  
  
Line 6: Line 6:
 //​**"​Dialecten,​ namen en geschiedenis in de Oeter- en Ittervallei"​**//​. \\ //​**"​Dialecten,​ namen en geschiedenis in de Oeter- en Ittervallei"​**//​. \\
  \\  \\
-Het congres vond plaats in het schilderachtige museumkerkje Sint-Aldegondis. Na de opening door voorzitter dr. Michiel de Vaan nam **Rik Verlinden** van de Sint-Aldegondiskring het woord voor een bondige, geïllustreerde geschiedenis van de congresplaats:​ //As door de eeuwen heen//. De eerste sporen van bewoning wijzen in de richting van de Klaverberg. De spreker vertelde over de '​beroemde'​ dijksteen, de opgravingen van kanunnik Coenen, het Frankisch kerkhof (ontdekt in 1938), over het ontstaan van de parochie '​Ascha'​ (van oorsprong een hydroniem), het leven van de Henegouwse Aldegonda van Maubeuge, heilig verklaard in 690 en latere patrones van de hoofdkerk, over het belang van de oude molen op de Bosbeek, te midden van het heidegebied enz., tot de ontdekking van de eerste steenkoollaag in As in 1901 (al kreeg de gemeente zelf nooit een eigen mijnschacht) en het ontstaan van de vliegschool omstreeks 1920. Tot slot gaf de spreker een overzicht van de belang¬rijkste ​gebouwen in As. \\+Het congres vond plaats in het schilderachtige museumkerkje Sint-Aldegondis. Na de opening door voorzitter dr. Michiel de Vaan nam **Rik Verlinden** van de Sint-Aldegondiskring het woord voor een bondige, geïllustreerde geschiedenis van de congresplaats:​ //As door de eeuwen heen//. De eerste sporen van bewoning wijzen in de richting van de Klaverberg. De spreker vertelde over de '​beroemde'​ dijksteen, de opgravingen van kanunnik Coenen, het Frankisch kerkhof (ontdekt in 1938), over het ontstaan van de parochie '​Ascha'​ (van oorsprong een hydroniem), het leven van de Henegouwse Aldegonda van Maubeuge, heilig verklaard in 690 en latere patrones van de hoofdkerk, over het belang van de oude molen op de Bosbeek, te midden van het heidegebied enz., tot de ontdekking van de eerste steenkoollaag in As in 1901 (al kreeg de gemeente zelf nooit een eigen mijnschacht) en het ontstaan van de vliegschool omstreeks 1920. Tot slot gaf de spreker een overzicht van de belangrijkste ​gebouwen in As. \\
  \\  \\
 Naamkundige dr. **Victor Mennen** bestudeerde //De Waternamen van het Maas-bekken,​ in het bijzonder tussen Oeter en Itter//. Het Maasbekken van Belgisch-Limburg strekt zich uit over het noordelijke deel van de Limburgse Kempen en het noorden van de Maasvallei. De waterlopen ontspringen bijna alle in brongebieden op de flanken van het Kempens Plateau. Naast de Maas, die in Frankrijk haar loop begint, zijn de Dommel, de Abeek, de Itter, de Oeter en de Jeker de belangrijkste waterlopen die het vroegst in geschreven bronnen vermeld worden. De spreker wijdde een uitvoerige bespreking aan deze hoofdzakelijk eenstammige namen, de primaire laag van hydroniemen,​ waarvan de betekenis dikwijls onzeker blijft. Daarnaast behandelde hij een aantal jongere, meestal doorzichtige hydroniemen die  voor het eerst in de Atlas van de Waterlopen van omstreeks 1875 opduiken en belichtte hij aan de hand van kaartenmateriaal de verspreiding van de belangrijkste grondwoorden in het onderzoeksgebied (beek, gracht, loop rijt, zijp, zouw). \\ Naamkundige dr. **Victor Mennen** bestudeerde //De Waternamen van het Maas-bekken,​ in het bijzonder tussen Oeter en Itter//. Het Maasbekken van Belgisch-Limburg strekt zich uit over het noordelijke deel van de Limburgse Kempen en het noorden van de Maasvallei. De waterlopen ontspringen bijna alle in brongebieden op de flanken van het Kempens Plateau. Naast de Maas, die in Frankrijk haar loop begint, zijn de Dommel, de Abeek, de Itter, de Oeter en de Jeker de belangrijkste waterlopen die het vroegst in geschreven bronnen vermeld worden. De spreker wijdde een uitvoerige bespreking aan deze hoofdzakelijk eenstammige namen, de primaire laag van hydroniemen,​ waarvan de betekenis dikwijls onzeker blijft. Daarnaast behandelde hij een aantal jongere, meestal doorzichtige hydroniemen die  voor het eerst in de Atlas van de Waterlopen van omstreeks 1875 opduiken en belichtte hij aan de hand van kaartenmateriaal de verspreiding van de belangrijkste grondwoorden in het onderzoeksgebied (beek, gracht, loop rijt, zijp, zouw). \\