V L D N

De Vereniging

De Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde zet zich in voor de studie van het dialectologisch en naamkundig erfgoed van de beide provincies Limburg en tracht dat doel via wetenschappelijke bijeenkomsten, publicaties en dienstverlening te bereiken.

Tot de wetenschappelijke bijeenkomsten behoort een jaarlijks congres, dat afwisselend in de Nederlandse en Belgische provincie plaatsvindt en in de regel gewijd is aan de dialecten en namen van de congresplaats of –streek. Daarnaast organiseert onze Vereniging (alleen of in samenwerking met andere verenigingen) ook geregeld colloquia over andere specifieke onderwerpen zoals de spelling van het dialect, het vervaardigen van een dialectwoordenboek of een naamkundige monografie.

De publicaties van de Vereniging omvatten een reeks ‘Mededelingen’ met dialectologische en naamkundige opstellen, die in 1999 met het honderdste nummer werd stopgezet en vervangen door een Jaarboek, dat telkens verscheidene artikelen bevat (o.a. de dialectologische en naamkundige lezingen van het laatste congres) en waarvan zopas het elfde nummer is verschenen, ten slotte een boekenreeks, de ‘Bijlagen’, die tot nog toe negen nummers omvat.

De dienstverlening van de Vereniging komt vooral de leden (en ook niet-leden) ten goede die over hun dialect of het naamkundig cultuurgoed van hun plaats of streek een studie willen maken. Meestal gaat het om hulp bij het schrijven van dialectteksten, het vervaardigen van een dialectwoordenboek of van een toponymische of antroponymische studie. De Vereniging heeft immers maar enkele leden die de taalkunde als beroep uitoefenen; de grote meerderheid van het circa 160 personen omvattende ledenbestand heeft als het op die gebieden actief wil zijn, hulp van vakmensen nodig en maakt daar ook graag gebruik van. Jaarlijks krijgt de Vereniging ook vragen van buitenlandse onderzoekers die inlichtingen wensen over Limburgse dialecten en namen, of hulp bij het opzetten van een onderzoek daarnaar.

De werking van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde is dus met de formulering “beoefening en popularisering van wetenschap” niet volledig omschreven. De Vereniging neemt bovendien in het Limburgse culturele leven een vooraanstaande plaats in en vervult ook een belangrijke maatschappelijke rol.

Het bestuur van de Vereniging is samengesteld als volgt (specialismen tussen haakjes):

dr. Michiel de Vaan, Leiden, voorzitter (historische taalkunde, taal- en dialectvergelijking, etymologie, de Limburgse polytonie)
lic. Ronny Keulen, Munsterbilzen, secretaris
dr. José Cajot, Hasselt, penningmeester
prof. dr. Jan Goossens, Heverlee, ere-voorzitter (dialectologie, taalgeschiedenis, Middeleeuwse letterkunde)
dr. Dany Jaspers, Brussel
dr. Vic Mennen, Lommel (plaatsnaamonderzoek van de Kempen, plaatsnaamkunde, landschapsgeschiedenis)
lic. Jan Segers, Diest
Patrick Slechten, Herent
dr. Henk Thewissen, Maastricht
drs. Frans Walraven, Sittard
drs. Ton van de Wijngaard, Groesbeek.

Nieuws

Dialectmateriaal Pieter Willems gedigitaliseerd

125 jaar na de aanvang van zowat het oudste grootschalige dialectonderzoek in de Zuidelijke Nederlanden - wij bedoelen de Dialectenquête-Willems uit 1885, opgezet door Maastrichtenaar (én Vlaming) Pieter Willems (1840-1898) - zijn vandaag de schriftjes van dat onderzoek digitaal ontsloten én gratis te bekijken en zelfs te doorzoeken via het internet. Dit huzarenstukje presteerde het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (CTB) van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL). Momenteel kan van 279 plaatsen in Vlaanderen, Nederland en Frans-Vlaanderen het manuscript uit 1885, of daaromtrent, opgevraagd en geraadpleegd worden. Dit is mogelijk dank zij een zoekfunctie waarmee alfabetisch én retrograde kan gezocht worden in de meer dan 5000 vraagwoorden en -zinnetjes van een of meer cahiers. Als u weet dat elk min of meer volledig ingevuld schriftje tot meer dan 15.000 woordvormen kan bevatten, begrijpt u meteen dat hiermee een dialectbron van onschatbare waarde beschikbaar is geworden.

Veel plezier met het Corpus Dialectmateriaal Pieter Willems! (ps)

Nieuwe inzichten inzake het ontstaan van de Rijnlands-Limburgse toonaccenten

Aan de Universiteit van Luik verdedigde zopas (op 22 juni) de Maastrichtenaar Roelf Welkenhuizen met groot succes zijn masterscriptie De sjtö²p liegke i gene sjtö¹b. Toonoppositie bij beklemtoonde korte vocaal vóór hedendaagse stemloze occlusief in de Zuidoostlimburgse dialecten. Het in die dialecten met sleeptoon (toonaccent 2) uitgesproken woord sjtö²p is het meervoud van het zelfstandig naamwoord stop. Het woord sjtö¹b, dat daarentegen met stoottoon (toonaccent 1) wordt gerealiseerd, kunnen we “vernederlandsen” tot stub, wat ‘stof’ betekent. De titel van het werk betekent dus ‘De stoppen liggen in het stof’. De essentie van het verhaal is dat sjtö²p en sjtö¹b (waarvan de b als p wordt uitgesproken, zoals b.v. ook in web en tob) zich slechts door één kenmerk, namelijk het toonaccent, onderscheiden en juist ten gevolge van dat verschil geen homoniemen zijn. Welkenhuizen heeft door onderzoek ter plaatse gevonden dat de vermelde toonoppositie voorkomt in een Zuidoostlimburgs gebied waarvan de westelijkste plaatsen ’s-Gravenvoeren, Mheer, Banholt, Reijmerstok en Gulpen zijn. Ten noorden van de rijksweg Maastricht-Aken moet de grens nog getrokken worden. Het bestaan van deze toonoppositie was tot nog toe slechts voor een paar plaatsen in het beschreven gebied en bovendien voor Tongeren (in een tweede gebied ten westen van de Maas) bekend.

In de discussie over het ontstaan van de Rijnlands-Limburgse toonaccenten in de laatste decennia is het bestaan van de oppositie bij korte klinkers vóór stemloze occlusief ten onrechte verwaarloosd, betwijfeld of zelfs ontkend. Het onderzoek van Roelf Welkenhuizen verplicht nu de auteurs van alle speculaties over de oorsprong van de toonaccenten om hun theorieën te herzien. (jg)

Vrijwilligers gezocht voor het Woordenboek van de Nederlandse Dialecten

Variaties vzw., Koepelorganisatie voor dialecten en oraal erfgoed in Vlaanderen, is op zoek naar vrijwilligers die mee willen helpen met het nakijken van tekstbestanden van diverse Vlaamse dialectwoordenboeken. Enkele dialectwoordenboeken zijn ingescand en naar een tekstbestand omgezet. Aangezien een computer geen dialect kan spreken en lezen, staan er fouten in het tekstbestand, die eruit gehaald moeten worden.

Op dit ogenblik zijn er al vrijwilligers aan het werk voor het Gentse woordenboek van Lievevrouw-Coopman, het West-Vlaamse dialectwoordenboek van De Bo, het Wase dialectwoordenboek van Joos en het Zuid-Oost-Vlaams dialectwoordenboek van Teirlinck. Wij danken de vrijwilligers hier al eens voor het mooie werk dat ze leveren. We zoeken dus nog meer vrijwilligers die een deel van een gedrukt dialectwoordenboek willen vergelijken met het tekstbestand (bijv. één letter, of enkele bladzijden) om de fouten te ontdekken en het tekstbestand (Word) te verbeteren. Belangstellenden kunnen contact opnemen met Veronique De Tier (variaties@huisvanalijn.be).

Ondertussen hebben heel wat auteurs van dialectwoordenboeken al hun toestemming gegeven om hun dialectwoordenboek te laten opnemen in de database. We kregen al positieve respons uit Oostende, Izegem, Kortrijk, Asse, Berlare, Gooik, Diepenbeek en Ninove. Uiteraard hopen we nog heel wat andere dialectwoordenboeken te kunnen opnemen in de toekomst. (vdt)